← Alle uitleg over woordspelling
Woordspelling

Woorden, die eindigen op …

Woorden die eindigen op een ie-klank:

Woorden, die eindigen op –tie.
Als je  -tsie hoort, schrijf je –tie: politie, competitie en vakantie.

Woorden, die eindigen op –ctie.
Als je –ksie hoort, schrijf je –ctie: actie, reactie en functie. 

Woorden, die eindigen op –isch.
Als je –ies hoort, schrijf je –isch: romantisch, fantastisch en logisch. 

Woorden die eindigen op een ei / ij-klank:

Woorden, die eindigen op –heid.
Woorden, die eindigen op –heid, schrijf je altijd met ei: kwaadheid, gezondheid en gekheid. 

Woorden, die eindigen op: –teit of –tijd.
Woorden, die eindigen op –teit, schrijf je met ei: majesteit, festiviteit en  puberteit

Maar hebben ze met een tijdstip te maken, dan schrijf je ze met een ij: vertrektijd, zomertijd en koffietijd. 

Woorden, die eindigen op –lijk.
Als je –luk hoort schrijf je soms –lijk: gemakkelijk, heerlijk en smakelijk. 

Woorden die eindigen op een groepje vaste letters:

Woorden, die eindigen op: –ieel, -iaal, -ueel of –eaal.
Je hoort een j of w, maar die moet je niet schrijven: punctueel, liniaal, ideaal en commercieel. 

Woorden, die eindigen op: -eeuw, -ieuw, en -uw.
Woorden, die op deze letters eindigen, schrijf je altijd met maar één u voor de w: nieuwsgierig, schreeuwlelijk en duw.

Woorden, die eindigen op: –erd of –aard.
Woorden, die op deze klanken eindigen, schrijf je altijd met dezelfde letters: bangerd, flauwerd, lieverd, luiaard, lafaard en bejaard. 

Woorden, die eindigen op –age.
Woorden, die eindigen op deze klank schrijf je altijd met dezelfde letters: bagage, chantage, lekkage en massage. 

Woorden, die eindigen op –ig of -ige.
Als je –ug hoort, schrijf je –ig en als je –uge hoort, schrijf je –ige : bezig, aardig, nodig, handige, stevige en strenge. 

Woorden, die eindigen op: -in, -es, -euse, -trice, -trix, -ster en -egge.
Je snapt het al, het gaat vooral over vrouwelijke beroepen.
Die beroepsnamen zijn altijd afgeleid van de mannelijke beroepen: waardin, lerares, regisseuse, directrice, mentrix, zwerfster en zwemster.
Heel apart zijn juffrouw en dievegge. 

Woorden, die eindigen op een t-klank.
Om te weten of een woord op een d of een t eindigt, is het handig om het langer te maken of in het meervoud te zetten: hand – handen, lint – linten en bekend - een bekende.

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets woordspelling voor groep 7 of groep 8.