← Alle uitleg over woordspelling
Woordspelling

Woorden, met een trema.

Wanneer meerdere klinkers naast elkaar staan, moet je soms aangeven waar een nieuwe klank begint: reünie en ruïne. 

Als een woord eindigt op een ie-klank moet je bij het meervoud een trema gebruiken:
Achter woorden, die eindigen op een ie-klank waarop de klemtoon valt, zet je in het meervoud -ën: fantasieën en knieën.
Wanneer woorden eindigen op een ie-klank waarop géén klemtoon valt, zet je om het meervoud te maken een trema op de laatste letter en daarna een n achter het woord en: bacteriën en neuriën. 

Wanneer de laatste klankgroep van een woord eindigt op ee, zet je er om het meervoud te maken ën achter: tweeën, ideeën en zeeën.

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets woordspelling voor groep 7 of groep 8.