← Alle uitleg over woordspelling
Woordspelling

Woorden, uit andere talen.

Woorden uit het Frans.
Er zijn veel groepjes Franse woorden met dezelfde klanken, zoals:

cadeau, niveau en bureau. 
douane, douche en couplet.
populair, polonaise en documentaire.
reservoir, toilettas en trottoir.
bagage, etalage en etage. 

Franse woorden hebben ook vaak accenten, zoals:
met de accent grave: barrière, volière en carrière en
met de accent aigu: café, á la carte en rosé. 

Woorden uit het Engels.
We hebben veel woorden overgenomen, die te maken hebben met:
sport: coach, keeper en trainer.
vrijetijd: camping, T-shirt, snackbar en barbecue.
werk: partner, parttime en interview en
computers: e-mail, website en software.

Woorden uit het Spaans.
Woorden uit andere talen zijn weetwoorden: ananas, tortilla. 

Woorden uit het Italiaans.
Woorden uit andere talen zijn weetwoorden: broccoli, pizza, vermicelli en spaghetti.

 

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets woordspelling voor groep 7 of groep 8.