← Alle uitleg over woordspelling
Woordspelling

Weetwoorden.

Woorden, met au of ou.
Woorden, met au en ou: strijkbout, fout, stout, augurk, auto en miauwen. 

Woorden, met ei of ij.
Woorden, met ei en ij: seizoen, terrein, treiteren, ravijn, spijbelen en vijand. 

Woorden, met th.
Je hoort de h bijna niet, maar moet hem wel schrijven: theorie, apotheker en thermometer. 

Woorden, met een ie-klank.
Woorden, met een ie-klank, worden vaak met ie geschreven, maar soms met een i aan het eind van een klankgroep: politie, januari en februari.

Als je de woorden met een i aan het eind van een klankgroep gemakkelijk wilt onthouden, maak dan groepjes, zoals:

Eten en drinken: spaghetti, macaroni, pizza, bami, nasi, kiwi, abrikoos, sinaasappel, citroen en  limonade.
Landen: Afrika, Amerika, Chili, China, Irak, Iran, Suriname, Brazilië, Filipijnen en Italië.
Muziekinstrumenten: gitaar, klarinet, piano en viool.
Inhouds- , lengte- en tijdsaanduidingen: liter, kilo, kilometer, centimeter, digitale klok, minuut.
Verkeer in lucht: helikopter, piloot, vliegmachine en kerosine.

Een enkele keer wordt de ie-klank geschreven met een ij: bijzonder. 

De klanken i of ie worden soms geschreven met een y: gymnastiek, dynamo en pony.

Ook aan het eind van een woord klinkt de y soms ook als ie: baby, sorry en jury. 

Woorden, met letters die je niet verwacht. 

Woorden, met een y.
Aan het begin van een woord wordt de y soms als j uitgesproken: yoghurt, yen en yoga. 

Woorden, met een x.
De x spreek je uit als een ks-klank: taxi, extra, buxus en claxon. 

Sommige woorden, met een ch.
Woorden, met een ch die we uitspreken als sj: Chinees, parachute, affiche en champignons. 

Woorden, met een q.
Woorden, met een q. Je hoort k of kw, maar je moet een q schrijven. Achter die q staat altijd een u: antiquair, aquarel, aquarium en cheque. 

Woorden, met: -aai, -ooi en -oei.
Woorden, met: aai, ooi en oei , zijn woorden waarbij je een j hoort, maar niet schrijft: haai, kraai, plooien, prooi, boeien en koeien. 

Woorden, met: -eeuw, -ieuw en -uw.
In woorden met : -eeuw,  -ieuw en –uw, staat voor de w altijd een u, die  een beetje klinkt als een lange uu: nieuws, schaduw, sneeuw, kieuw  en stuw.

Letters die je niet uitspreekt of schrijft.
Er zijn woorden waar letters in staan die je niet hoort: sinds, vondst, erwten en achttien. 

Bij woorden met nk hoor je eigenlijk ngk net als in tong en lang, maar die g schrijf je natuurlijk niet: dronk,  bank, bedankje en slank. 

Er zijn woorden waar je een p hoort maar een b moet schrijven: club, krab, abstract, drab, absoluut, observatie en spinnenweb. 

Er zijn zelfs woorden waar je een v hoort maar een w moet schrijven: wreed.

Soms klinkt de i als een u: nodig, aardige en bezig.

Top 40 van fouten.
Een aantal woorden wordt  heel vaak fout geschreven, dit zijn daar voorbeelden van:  blocnote, omelet, kangoeroe, interessant, inmiddels, onmiddellijk en ananas. 

Uitzonderingen.
Er zijn veel regeltjes over woorden die je met een c schrijft, maar er zijn  allerlei uitzonderingen. 

Veel woorden met com- of con-, beginnen met een c: computer, combinatie, comfort, concentratie en condens.
Maar deze niet: komedie, komeet en komisch.  

Woorden met acti schrijf je vaak met een c: activiteit, actie en redactie, maar deze niet: praktisch en praktiseren.

Namen, die je met een kleine letter schrijft.
De namen van maanden en dagen, schrijf je met een kleine letter.

Woorden met een k.
Er zijn veel woorden waarbij je een k hoort, maar een c schrijft.
Er zijn natuurlijk ook veel woorden met gewoon een k: oktober, komma, helikopter, akkoord, kolossaal en kopie.

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets woordspelling voor groep 7 of groep 8.