← Alle uitleg over werkwoordspelling
Werkwoordspelling

't Kofschip x

Je kunt het ezelsbruggetje "’t kofschip x" gebruiken om te weten te komen of de verleden tijd van zwakke werkwoorden met te of met de moet worden geschreven.
Als de laatste letter van de stam in 't kofschip x voorkomt, dan wordt de verleden tijd ik-vorm + te.
Al tellen de klinkers, de o en de i, eigenlijk niet mee.
De t.
hele werkwoord: zetten –stam: zett – ik-vorm: zet – verleden tijd: zette.
De k:
hele werkwoord: hikken – stam: hikk – ik-vorm hik – verleden tijd: hikte.
De f:
hele werkwoord: boffen –  stam: boff  – ik-vorm: bof  –  verleden tijd: bofte.
De s:
hele werkwoord:  plassen –  stam: plass  – ik-vorm: plas – verleden tijd: plaste.
De ch:
hele werkwoord: lachen –  stam: lach  – ik-vorm lach – verleden tijd: lachte.
De p:
hele werkwoord: happen –  stam: happ  – ik-vorm: hap – verleden tijd: hapte.
De x:
hele werkwoord: mixen –  stam: mix  – ik-vorm: mix – verleden tijd: mixte.

In het meervoud wordt het natuurlijk ik-vorm + ten.

Wanneer de verleden tijd eindigt op te of ten, eindigt het voltooid deelwoord op een t:
Zij heeft de hele middag gehikt.
Ik wilde dat ik ook zo geboft had.
Heeft hij niet in z’n bed geplast?
De hond had in zijn been gehapt.
Wie heeft dit drankje gemixt?

Helaas is lachen een uitzondering, want:
Ik heb nog nooit zo gelachen!

Als de laatste letter van de stam niet in 't kofschip x voorkomt, dan wordt de verleden tijd ik-vorm + de.
hele werkwoord: beven – stam: bev – ik-vorm: beef – verleden tijd: beefde.
hele werkwoord: huilen – stam: huil – ik-vorm: huil – verleden tijd: huilde.
hele werkwoord: reizen – stam: reiz – ik-vorm: reis – verleden tijd: reisde.

In het meervoud wordt het natuurlijk ik-vorm + den.


Wanneer de verleden tijd eindigt op de of den, eindigt het voltooid deelwoord op een d:
Ik heb de hele dag gebeefd van de kou.
Nee, gehuild heb ik niet, wel gescholden.

Soms gebruiken lesboeken en scholen niet 't kofschip, maar “t sexy fokschaap” als ezelsbruggetje.
Maar daar staan dezelfde letters in.

Ga als je twijfelt altijd terug naar het hele werkwoord.
Hij heeft gewandel? – hele werkwoord: wandelen – verleden tijd: hij wandelde dus:
Hij heeft gewandeld.

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets werkwoordspelling voor groep 7 of groep 8.