← Alle uitleg over werkwoordspelling
Werkwoordspelling

Het voltooid deelwoord.

Voltooid deelwoorden beginnen vaak met ge-, be-, ver-, ont- of her-.
Bijvoorbeeld: gebeurd, begonnen, verloren, ontdekt, herhaald.


Bij dee voltooid deelwoord staat altijd een hulpwerkwoord in de zin.
De bekendste hulpwerkwoorden zijn: hebben ( heeft, heb, hebben, had, hadden ), zijn ( ben, bent, is, was, waren ) en worden ( word, wordt, werd, werden)
Wat is hier gebeurd?
We worden hier nooit ontdekt.
Ze zijn het eerst begonnen.
Het eerste elftal heeft weer verloren.

De laatste letter van het voltooid deelwoord vind je door het woord langer te maken ( gebeurde, ontdekte) of door 't kofschip x te gebruiken.
Bij sommige voltooid deelwoorden wordt een trema ( twee puntjes op de letter ) gebruikt.
Het trema gebruik je als er twee letters naast elkaar komen te staan, waardoor je het woord verkeerd zou kunnen lezen. Samen zouden ze een andere klank vormen.
Hij was nog nooit zo goed geïmiteerd. ( zonder trema kan je een ei lezen )
Naar welk land is je tante geëmigreerd. ( zonder trema kan je een ee lezen )
Dit geldt steeds voor de letters ee, eu, ei, die naast elkaar komen te staan.

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets werkwoordspelling voor groep 7 of groep 8.