← Alle uitleg over werkwoordspelling
Werkwoordspelling

Het voltooid deelwoord, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Als een voltooid deelwoord wordt gebruikt als bijvoeglijk naamwoord, komt er een e achter.
Voltooid deelwoord: verroest - Kijk uit voor die verroeste spijker.
Voltooid deelwoord: geschilderd - Blijf met je handen van die geschilderde deuren af!
In de verleden tijd hebben werkwoorden soms dubbel d of dubbel t, maar in het voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord staat maar één t of één d.
Verleden tijd: de rebellen verwoestten de stad. De verwoeste stad werd weer opgebouwd.
We schreven als soms!
Want als een voltooid deelwoord op een korte klank eindigt, dan schrijf je dubbel d of dubbel t.
Verleden tijd: De kustwacht redde de drenkelingen. De geredde drenkelingen werden aan wal gebracht.
Verleden tijd: De tuinder verpotte de planten. De verpotte planten werden verkocht.

Er is nog een mogelijkheid, want sommige sterke werkwoorden hebben een voltooid deelwoord, dat eindigt op -en.
Bij deze werkwoorden blijft het voltooid deelwoord gewoon staan.
Het vlees is gebraden. Het gebraden vlees smaakt lekker.
Alle messen zijn geslepen. De geslepen messen waren vlijmscherp.

Deze uitleg toepassen

Kies een oefentoets werkwoordspelling voor groep 7 of groep 8.